Drieëntwintig en vierentwintig maart tweeduizendacht. Zondag en maandag. Eerste Paasdag en Tweede Paasdag. Dagen die bijzonder klinken voor het meerendeel van de samenleving, maar dat diep van binnen niet zijn. Dagen waarop mensen vrij krijgen van het werk, gekleurde eieren verstoppen in huis en tuin, massaal gaan eten met familie en gezellig met het gezin naar pretparken en meubelboulevards gaan. Een zondag waarop men ’s avonds tot extra laat aan de alcohol zit, omdat men de volgende dag tóch vrij is. Een maandag waarop men uitslaapt, een paasmarkt bezoekt in de binnenstad en van tien uur ’s ochtends tot vroeg in de avond het bier naar binnen werkt in een tempo alsof het het laatste glas eucharistisch bloed betreft tijdens een laatste avondmaal. 

O ja, er is met Pasen ook iets met Jezus. Maar wat was het ookalweer? Is hij met Pasen nu verraden, doodgegaan, opgestaan, naar de hemel gegaan, teruggekeerd of is het nóg iets anders? Vreemd is het niet. Vroeger werden deze joodse en christelijke feestdagen een ieder met de paplepel ingegoten, of men nu in de Here of Jezus Christus geloofde of niet. Een stukje wereldkennis en wellicht daarmee een stukje zelfkennis. Het schijnt dat driekwart van de Nederlandse jongeren niet weet waarom wij Pasen vieren, terwijl het een meerkeuzevraag betrof. 

Men weet nog wel dat wij met Kerst de geboorte van Jezus vieren, en het verhaal van Josef en Maria is veelal ook wel bekend. Zij hebben een Jezus voor Dummies, kinderbijbel of simpelweg de volgende alinea nodig. Op weg naar Pasen komen wij allereerst aan bij Witte Donderdag, de dag die wij herkennen aan het Laatste Avondmaal. Jezus voorspelde hierbij dat iemand van zijn twaalf discipelen hem zou verraden. Op Goede Vrijdag herdenkt men de kruisweg en het lijden van Jezus, waarna men op Stille Zaterdag zijn dood herdenkt. Met Pasen wordt uiteindelijk de wederopstanding van Jezus gevierd. 

Een klein beetje kennis dat het meerendeel van de mensen niet heeft, en misschien niet zou willen hebben. Men heeft vrij, gedraagt zich als een stel dronken boeren en maakt elkander blij met paastakken, paashazen en eieren van chocolade. De paastak wordt geplaatst in een vaas die bij de rest van het interieur past en versiert met kleine eitjes en andere frutsels zodat hij er leuk uit ziet. Dat men op de vensterbank van de woonkamer een overblijfsel van een boomheiligdom heeft staan, een plek waar men bijeenkomt om God te vereren, maakt niet uit. Het ziet er gewoon gezellig uit. 

Bij de Albert Heijn koopt men tafelkleden in de trant van Pasen, paashazen, eieren van chocolade en een knutselpakket waar kinderen gemakkelijk eieren mee kunnen versieren zonder hun handen vuil te maken. Bij de Vroom en Dreesmann huppelt een onderbetaalde werknemer die normaal gesproken de schoenenafdeling netjes houdt, rond in een donzig paashazenpak. Kinderen aanbidden deze haas en hangen om hem heen, waar moeder blij is even rustig zonder haar kroost te kunnen winkelen. Wanneer de ouders inkopen hebben gedaan voor een paasmaaltijd met familie, komen zij terug om de kinderen weg te plukken bij de haas. Hun mondhoeken zijn bruin van de verkregen chocolade-eieren en de haas was lekker zacht. Dat hun ouders van de opstanding van Jezus een commerciële feestdag maken en het teken van vruchtbaarheid hen zojuist nieuw leven uitdeelde, daar zal men wellicht nooit achter komen. 

Aan het einde van de dag loopt vader dronken naar huis. Moeder heeft de kinderwagen volgehangen met plastic tassen en de kinderen lopen te huilen omdat zij terug willen naar de schoenenverkoper in dat bruine pak. Bij thuiskomst klinkt er klassieke muziek van Bach op de radio; de Johannespassie, de Matheuspassie en verschillende cantates. Nummers die voor de oren van het gezin net zo goed door Beethoven geschreven konden zijn of over liefdesverdriet zouden kunnen gaan. Het zou hier voor hen net zo goed kunnen gaan om Für Elise, Canon in D-major of Eine kleine Nachtmusik. Bach verkreeg de inspiratie voor zijn passies en cantates dankzij Pasen, maar dat doet er niet toe. Het klinkt gewoon leuk op de achtergrond tijdens het eten. 

Het is feest op de hedendaagse Olijfberg. Bleib bei uns, denn es will Abend werden, cantate nummer zes van Bach, komt tot zijn einde en de zachte stem van de radiomaker klinkt uit de luidspreker die verscholen staat achter de gefiguurzaagde en geverfde paashaas van mijn broertje: 

“Het is de koudste Pasen sinds veertig jaar” hoor ik nog, maar dan word ik gebeld met de vraag waar ik blijf. Ik zou immers een kwartier geleden aanwezig zijn in het plaatselijk café om bier te drinken. Het is morgen Paasmaandag, dus ik kan het vanavond laat maken. 

Pasen wordt elk jaar kouder.

Eén reactie naar “Pasen wordt elk jaar kouder”

  1. Fredd zei

    Heerlijk stuk, Johannes.

Reageer